Al eeuwen is de mens bezig met het beïnvloeden van de genetische eigenschappen van gewassen en dieren. Hoe? Door soorten en variëteiten onderling te kruisen. Zo is maïs duizenden jaren geleden door de bewoners van Midden-Amerika vanuit (waarschijnlijk) een klein grasplantje veredeld tot de grote, voedzame kolven die wij kennen. Zulke veranderingen kosten tientallen jaren en gaan gepaard met eindeloos experimenteren. Maar in de jaren veertig van de vorige eeuw ontdekten wetenschappers een nieuwe manier om genetische eigenschappen te veranderen, met chirurgische precisie en in een fractie van de tijd. Hoe? Door een stukje erfelijk materiaal met een gewenste eigenschap van het ene organisme in te brengen bij het DNA van een ander. En zo een plant, schimmel, bacterie of dier nieuwe of aangepaste eigenschappen te geven. In één keer, zonder dat er tientallen jaren van kruisingen voor nodig zijn.
Die techniek – uitgevonden in de jaren veertig van de vorige eeuw en op grotere schaal toegepast sinds de jaren negentig – opende een wereld aan mogelijkheden. Van sommige toepassingen plukt de mensheid onmiskenbaar de vruchten. Denk aan de productie van insuline voor diabetespatiënten met behulp van ‘omgebouwde’ bacteriën. Of ‘menseigen’ bloedstollingsproducten zonder het risico van allergische of afstotingsreacties.
Ook in de landbouw zijn genetisch gemodificeerde gewassen bezig aan een opmars. Het gros van de soja en maïs die in Zuid-Amerika wordt verbouwd als veevoer, is van een genetisch gemodificeerde variant. Deze gewassen zijn bijvoorbeeld beter bestand tegen onkruidbestrijdingsmiddelen, zodat de opbrengst verbetert. En wetenschappers van Wageningen University & Research (WUR) zijn een heel eind met de ontwikkeling van gemodificeerde aardappels die bestand zijn tegen hitte of droogte; een uitkomst voor (veelal) ontwikkelingslanden die kampen met de gevolgen van klimaatverandering. En per saldo gunstig voor de mondiale voedselvoorziening.
Maar gentech heeft een schaduwzijde. Veel voordelen blijken, in een ander licht bezien, een nadeel. Zo patenteren biotechbedrijven hun verbeterde gentechzaden. Grote bedrijven worden zo eigenaar van plantenrassen die vervolgens niet meer mogen worden gebruikt voor natuurlijke veredeling (de traditionele manier om aan nieuwe zaden te komen). Het gevolg: boeren raken al snel aangewezen op grote corporaties. Dit kan uiteindelijke leiden tot een situatie waarin een handvol machtige bedrijven bepaalt wat de wereldbevolking op zijn bord krijgt. Gentech-gewassen maken landbouw mogelijk op plekken waar dat voorheen lastig of onmogelijk was. Dat heeft voordelen, maar vergroot ook de druk op de natuur. In Zuid-Amerika leidde dit tot de aanleg van soja- en maïsvelden ter grootte van, pak hem beet, de provincie Utrecht op plekken waar voorheen de natuur vrij spel had. Biodiversiteit verdwijnt, bodemuitputting ligt op de loer bij deze monoculturen. Ook zijn de gevolgen voor het omringende ecosysteem onvoorspelbaar als een gentech-gewas (dat bijvoorbeeld resistent is tegen een bepaald insect) zich hier onbedoeld verspreid.
Naast economische en ecologische kanttekeningen is er het aspect van de volksgezondheid. Genetische modificatie kán gezondere producten opleveren. Denk aan het verwijderen van allergie-opwekkende of schadelijke stoffen (schimmels bijvoorbeeld) uit gewassen. Ook mag je verwachten dat gewassen die met minder bestrijdingsmiddelen toekunnen, minder restgiffen bevatten zodra ze in de supermarkt liggen. Je kunt zelfs beargumenteren dat gentech-gewassen veiliger zijn dan gewone gewassen. Immers, ze worden veel uitgebreider getoetst op voedselveiligheid dan reguliere producten, zeker in Europa waar de regelgeving voor genetisch gemodificeerde gewassen vrij streng is. Aan de andere kant: de gezondheidseffecten van consumptie van genetisch gemodificeerde producten voor de lange termijn zijn onbekend, simpelweg omdat ze nog niet lang genoeg ‘onder ons’ zijn.
Tot slot is er de ethische dimensie. Mogen mensen op dit niveau ingrijpen in de natuur? Volgens sommigen mag – nee, moet – dat als we daarmee wereldproblemen, zoals voedselgebrek, kunnen oplossen. Anderen brengen daar tegenin dat we niet zo diep en ingrijpend mogen inbreken op de natuur. Zeker niet zolang de gevolgen van dat ingrijpen onvoldoende begrepen en, bovenal, beheersbaar zijn.
ASN Bank is niet principieel tegen het gebruik van genetische modificatie. Duurzaamheidsadviseur Stef Driessen: ‘Wij zien en erkennen dat hier belangrijke positieve kanten aan zitten, zoals de rol die deze techniek speelt in een betere voedselbeschikbaarheid en medicijnproductie. Deze ontwikkelingen houden we dan ook scherp in de gaten. Er zijn verschillende, vaak nieuwe technieken die zeer nauwkeurig DNA kunnen veranderen, zoals CRISPR-Cas. Daar zitten nu nog de nodige haken en ogen aan, maar als deze technieken verbeteren, bieden ze wellicht interessante perspectieven voor de toekomst. We hebben nog geen goed zicht op de ontwikkelingen op lange termijn. Onze leidraad is daarom de Europese wetgeving. Mocht die worden aangepast, dan is dat voor ons reden om bepaalde technieken nog eens goed onder de loep te nemen. Maar altijd in combinatie met strikte voorwaarden. Wij staan bijvoorbeeld genetische modificatie toe op micro-organismen (dit zijn geen planten of dieren). We kunnen wel beleggen in bedrijven die genetische modificatie op planten en dieren toepassen voor medische doeleinden, als dit de enige oplossing is voor een medisch probleem. In alle gevallen dient dit onder “gesloten omstandigheden” te gebeuren, zodat genetisch aangepaste organismen zich niet in het milieu kunnen verspreiden.’
Aan de andere kant is ASN Bank voorzichtig als het gaat om genetische modificatie in verband met de eerder genoemde risico’s: het verdwijnen van biodiversiteit, het ontstaan van monoculturen en eenzijdige bedrijfsbelangen. Driessen: ‘We zijn streng als het gaat om genetische modificatie van dieren en mensen. Dat is voor ons nu een no-go. Maar we realiseren ons tegelijk dat in de toekomst wellicht ernstige genetische aandoeningen bij mensen langs deze weg verholpen kunnen worden. Daar willen we ons oordeel over kunnen vormen. Genetische modificatie van planten wordt steeds meer een grijs gebied. Mogelijk dat de voordelen uiteindelijk de nadelen ruimschoots overtreffen. Maar op dit moment blijven we ook op dit vlak terughoudend. Verder is het voor ons veelal een theoretische discussie. In onze dagelijkse praktijk hebben wij niet veel te maken met het thema. Dat wil zeggen: we komen niet vaak bedrijven of projecten tegen met betrokkenheid bij genetische modificatie waarin we kunnen investeren. Als bedrijven genetisch gemodificeerde producten verkopen, zoals supermarkten, verwachten we dat ze hier transparant over zijn en dit op hun producten vermelden.’
Naar boven
Goedgeld mei 2020
Goedgeld september 2019